AC-motoren

De energie-intensieve industrie heeft de overheid voorstellen gedaan, op grond waarvan concrete  beslissingen’ genomen kunnen worden om de overgang te bevorderen naar nagenoeg CO2-vrije bedrijvigheid. Volgens de voorstellen kan de industrie met actieve betrokkenheid van de overheid, maatregelen nemen waarmee de koolwaterstof uitstoot tot 2050 met 95 procent kan worden gereduceerd. Belangenbehartiger VEMW heeft het voorstel geformuleerd. VEMW heeft het voorstel bij de informateur op tafel gelegd.

De Nederlandse industrie levert ‘een substantiële bijdrage’ aan de ontwikkeling van de Nederlandse economie (21 procent BBP) en produceert ‘noodzakelijke bouwstenen voor een duurzame samenleving’. Tegelijk neemt de energie-intensieve industrie een aanzienlijk deel van de uitstoot van broeikasgassen voor haar rekening: zo’n 40 procent van de totale CO2-uitstoot in Nederland. “De sector is doordrongen van de noodzaak om de uitstoot drastisch te beperken en tegelijkertijd de mogelijkheid om door investeringen, innovatie en vernieuwing haar positie in de Nederlandse economie te versterken.”

Er kan onder meer ‘direct een begin worden gemaakt’ met het implementeren van energie-efficiënte maatregelen. Andere maatregelen vereisen ‘drastische kostenreductie’ zodat ze vanaf 2025 versneld kunnen worden gerealiseerd, zoals CO2-afvang, -opslag en -hergebruik, het gebruik van biomassa en biobrandstoffen en het ontwikkelen van waardeketens rond reststromen om te komen tot een circulaire economie. Een aantal maatregelen, zoals de productie van waterstof door middel van elektrolyse en elektrische fornuizen voor hoge temperaturen, vereist innovatie om op termijn bij te kunnen dragen aan ‘het significant terugbrengen van de industriële CO2-uitstoot’.
Versnelling van het koolstofvrij maken van de industrie vraagt om samenwerking tussen en in industriële ketens en clusters, met kennisinstituten en met de overheid.

Volgens algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW vraagt de organisatie in het voorstel om actieve betrokkenheid van de overheid. Met gericht beleid kunnen ‘energietransitie en industrietransitie’ hand in hand gaan. “Bestaande regelgeving moet worden aangepast, zoals een andere tariefopbouw voor de transmissie en distributie van elektriciteit. Er is financiële ondersteuning nodig voor onrendabele investeringen in CO2-reductie, nieuwe financieringsinstrumenten en budget voor innovatie en ontwikkeling. En er moet een gezamenlijke visie op elektrificatie komen. Cruciale voorwaarde om van deze transitie een succes te maken, is dat industrie en overheid een langetermijnvisie delen op concurrerend geprijsde CO2-vrije elektriciteit.”