Je hoort het steeds vaker om je heen, leest in de krant en ziet het op tv of op Twitter: laten we dat Schengen-verdrag toch alsjeblieft opdoeken. Gewoon die vertrouwde grenscontroles van voor 1993 weer invoeren. Dat scheelt een hoop narigheid, wapentuig, drugs, terroristen en illegale migranten.

Jaap-Luikenaar

Door Jaap Luikenaar

Op zich zijn er natuurlijk prima argumenten voor een grenzeloos Europa. Want vorige maand zoefde half Nederland met 120 km/u probleemloos de grens over, op weg naar de Franse camping of het Duitse zomerhuisje. Wat dat reist lekker makkelijk, zonder oponthoud, zonder paspoort en zonder geld wisselen. Maar ja, als de Europese buitengrenzen langs de Middellandse Zee zo lek blijken als een mandje, dan maar weer terug naar vroeger. En bovendien de jaren voor ‘Schengen’ waren qua overslag toch zeker niet de meest beroerde voor de Rotterdamse haven? In tegendeel, die groeide als kool… en moet je nu eens zien. We mogen al blij zijn met één procentje groei.

Of is dat goedkope, populistische politieke praat? Transporterend Nederland moet er niet aan denken dat de roodwitte slagboom bij Hazeldonk, Gronau, Venlo, Zevenaar of Heerlen weer teruggeplaatst zouden worden. Geen wonder. Wij-Nederland verdienen onze welvaart immers in het buitenland, en in de haven misschien nog wel meer dan elders.

‘Ondernemers rillen bij het idee van douaneposten’, kopte De Volkskrant eind augustus. Nederland profiteert enorm van de open interne Europese markt. Volgens een studie uit 2008 door het Centraal Plan Bureau , zou de Nederlandse economie met zo’n 25 tot 30 miljard euro per jaar zijn gegroeid sinds de grenzen open zijn. Per jaar! In het Volkskant-artikel komt mevrouw Flora Goudappel aan het woord. Ze is Rotterdamse en werkt op de Erasmus Universiteit als docent Europees Recht. Zij verwacht een enorme terugval voor de Rotterdamse haven. Klanten van de haven haken af, want om de goederen vanuit Rotterdam op de plaats van bestemming  te krijgen gaat veel meer tijd kosten. Een Spaanse importeur van Braziliaanse sinaasappelen bijvoorbeeld die zijn lading op de Maasvlakte komt ophalen, moet drie douaneposten langs voor hij aan de kade staat. Op de terugweg herhaalt dat ritueel zich: nog eens drie grenscontroles. Met natuurlijk kilometerslange files en urenlange wachttijden. Vanzelfsprekend gaat zo een importeur eens bij andere fruithavens ‘shoppen’ om zijn lading op een slimmere manier in huis te krijgen.

Het weer invoeren van grenscontroles helpt ook niet, zegt Goudappel. Wie in een krakkemikkige boot de Middellandse Zee oversteekt zal zich niet door een slagboom laten tegenhouden. Die zoekt andere wegen. Vluchtelingen uit oorlogslanden zullen er bovendien altijd zijn. En met drugssmokkelaars en wapenhandelaars is het niet anders.

Er blijkt, ook onder het Schengen-verdrag echter veel meer veel mogelijk  op controlegebied dan nu gebeurt. De regels bieden veel meer controlemogelijkheden dan nu in de praktijk worden toegepast. Zoals camera’s en steekproefsgewijze aanhoudingen (net als tijdens het WK 2006 in Duitsland voetbalhooligans bij de grens werden geweerd). Ook mobiele brigades die aan weerszijden van de grens opsporings- en aanhoudingsbevoegdheden hebben zijn mogelijk. Europa-specialist Flora Goudappel zegt dat deze instrumenten lang nog niet overal en voldoende zijn ingezet. Haar antwoord op de vraag waarom dat dan niet gebeurt, raakt mijn inziens de kern van waar het allemaal om draait:  ‘Het delen van informatie, opsporen en samenwerken kan nog veel beter. Dan draait het erom – net als bij het Schengen-verdrag zelf – dat landen binnen Europa elkaar durven vertrouwen.’

‘Aan de Buitengrens van Europa’, zo luidde de kop boven de column in het juninummer van Europoort Kringen. Daarin stak ik de loftrompet stak over de Rotterdamse douane. Er is een schat aan kennis en ervaring aanwezig op het gebied van grenscontroles. De groene douanetoren  en de containerscans op de Maasvlakte – immers ook een Europese buitengrens – vormen een bolwerk van knowhow. Wordt die kennis wel (voldoende) gedeeld? Laat het ene land het toe dat een ander land in zijn douanekeuken mag kijken? Of er zelfs mag koken? – om de vergelijking nog even door te trekken. Staan douaniers rond de Middellandse Zee bijvoorbeeld op Nederlandse of buitenlandse inbreng te wachten? Of wil ieder land dat toch liever zelf doen?

Kortom, Schengen opheffen en alleen de eigen Nederlandse grenzen soeverein en stevig gaan bewaken is zinloos. Beter, effectiever en bovenal humaner is het om onze Nederlandse en Rotterdamse douane-knowhow in te zetten aan de Europese buitengrens – in feite een aaneenschakeling van Middellandse-Zeehavens. Voorop lopen en volop meedoen dus met de Europese grens- en kustwacht die EC-voorzitter Juncker wil oprichten. Kennis delen, daar is de haven immers goed in. Laten we de daad bij het woord voegen.