Havenwethouder schaart zich achter kolentaks

De Rotterdamse havenwethouder Adriaan Visser schaart zich achter het plan van twee partijgenoten om een kolentaks in te voeren. Hij geeft wel aan hogere verwachtingen te hebben van het internationaal beprijzen van CO2. 

kolentaks

Eerder was Visser kritisch over een in de Rotterdamse gemeenteraad aangenomen motie tegen de overslag van kolen in de haven. Zo stelde hij in Europoort Kringen dat ‘het sluiten van de EMO leidt tot geen enkele vermindering van de CO2-uitstoot’. Hij lichtte toe: “Het bedrijf voldoet aan alle milieudoelstellingen. Er zijn dan minder kolen in de Rotterdamse haven, die dan ongetwijfeld hun weg naar Duitsland op een andere manier zullen vinden.”

Kolentaks

In datzelfde interview zei Visser ook: “Politiek gezien, als D66-wethouder, onderschrijf ik nadrukkelijk dat we naar een wereld toe moeten zonder kolen en zonder CO2-uitstoot.” Die uitspraak staaft hij nu met de steun die hij uitspreekt voor het voorstel van zijn twee partijgenoten Rob Jetten en Matthijs Sienot, die in de Tweede Kamer zitten. Zij willen een kolentaks invoeren, om zo kolen uit de haven van Rotterdam te weren. Vanuit de overheid zou geld moeten worden vrijgemaakt om dit in de havenstad te financieren. In het AD zegt Visser het ‘een sympathieke gedachte’ te vinden.

Beprijzen van CO2

Onduidelijk is nog wie precies – de industrie of de consument – de kolentaks moet gaan betalen. “Als de vervuiler maar betaalt”, stelt de regeringspartij.  Zij vindt dat een dergelijke belasting voor heel Europa moet gaan gelden.

Visser verwacht dat de kolenoverslag in de haven van Rotterdam, maar ook in die van Amsterdam, zo snel zal afnemen. Maar of dat ook tot verminderde CO2-uitstoot zal leiden, betwijfelt de wethouder. Dit omdat de Duitse staalfabrieken dan vanuit andere havens van kolen zullen worden voorzien. “Dat kan zelfs tot meer uitstoot van CO2 leiden”, aldus Visser in de krant. Daarom verwacht hij meer van het internationaal beprijzen van CO2.

Zie ook: Adriaan Visser: ‘Ik denk dat we het kunnen’